Technical Risk and Recovery Engineers

header_tc(2)
24/7
telefoon

Tel. +31 (0)33 453 50 30

Afbeelding: icon_trainingen


NEN 3140
Wettelijk kader

Arbeidsomstandighedenwet

Normen zoals de NEN 3140 zijn geen wetten, maar "best practices" die er voor zorgen dat niet iedereen het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. De NEN 3140 geeft een goede invulling aan de eis van een veilige werkomgeving zoals te vinden in de Arbeidsomstandighedenwet.

Artikel 3.4. Elektrische installaties

  1. Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en beschermingsmaatregelen aangebracht. Daarbij is rekening gehouden met bijzondere eisen die kunnen voortkomen uit de wijze van het gebruik, de gebruiksomstandigheden, de te verwachten uitwendige invloeden en onderhoudswerkzaamheden.
  2. In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte nadering.
  3. Van iedere elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schema’s beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik van de elektrische installatie.
  4. Het derde lid is niet van toepassing op elektrische installaties voor laagspanning van beperkte omvang.

Artikel 3.5. Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie

  1. Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.
  2. Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen direkte of indirekte aanraking dan wel te dichte nadering, wordt slechts betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegd persoon.
  3. Werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningsloos is.
  4. De daartoe bevoegde werknemer neemt doeltreffende maatregelen om een veilig verloop van de werkzaamheden te waarborgen.
  5. Het derde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische laagspanningsinstallatie, indien:
       a. de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden is aangetoond;
       b. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en
       c. de installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende maatregelen zijn genomen om de aan die werkzaamheden verbonden gevaren te voorkomen.
  6. Het derde lid is niet van toepassing op werkzaamheden die worden uitgevoerd aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor hoogspanning, bestaande uit:
       a. het nemen en opheffen van veiligheidsmaatregelen, waaronder begrepen het met geschikt materieel knippen of schieten van kabels;
       b. het uitvoeren van metingen en beproevingen, of
       c. het reinigen van elektrisch materieel.
  7. Werkzaamheden bestaande uit het reinigen van elektrisch materieel in een elektrische installatie voor hoogspanning als bedoeld in het zesde lid, onder c, worden slechts uitgevoerd, indien:
       a. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven;
       b. gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte arbeidsmiddelen, reinigingsmiddelen en PBM, en
       c. de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of delen daarvan die onder spanning staan.

Bovenstaande teksten zijn overgenomen op 18 juli 2016. Zie voor de laatste versie wetten.overheid.nl.

Burgerlijk Wetboek en verzekeraars

Naast de hier genoemde artikelen uit de arbowetgeving is ook artikel "werkgeversaansprakelijkheid" uit het Burgerlijk Wetboek (7:658 BW) van toepassing:

Burgerlijk Wetboek Boek 7 - Artikel 658 (18 juli 2016) "De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt"

Als laatste is de NEN 3140, en dan specifiek voor de onderdelen betreffende inspecties van elektrische installaties en arbeidsmiddelen, vaak de beste methodiek om te voldoen aan voorwaarden vanuit uw (brand-)verzekeraar.

Arbobeleidsregels en arbocatalogi

NEN 3140 was voorheen ook genoemd in een beleidsregel op basis van artikel 3.5 van het Arbobesluit. Met het vervallen van de arbobeleidsregels is de grondslag van de verplichtende werking van de NEN 3140 echter niet vervallen.

Zowel handhavers van de overheid (inspectie SZW, voorheen Arbeidsinspectie) als verzekeraars (bijvoorbeeld bij afspraken over het werken onder spanning) houden de voorschriften uit de NEN 3140 aan bij handhaving en contractvorming. Verwijzingen naar NEN 3140 staan verder in een groot aantal Arbocatalogi.